Natuurwandelingen

Een enthousiaste en deskundige (natuur)wandelaar organiseert 2x per jaar, in de lente en herfst, wandelingen door een natuurgebied. Uiterst boeiend, leerzaam en.... gezond.
Actuele informatie over deze activiteit vindt u op Nieuwe cursussen/activiteiten.
Plaats, tijd en verder bijzonderheden worden vooraf bekendgemaakt in de huis-aan-huisbladen.


Verslag wandeling In de Moerputten op 9 november 2011

Klik hier voor weergave op iPad, iPhone o.d.

De geheimzinnigheid van een uitgestrekt moerasgebied heeft altijd tot de verbeelding gesproken. Destijds verscheen er al eens een fotoboek van een Tsjech. Vertaald in het Duits met de aansprekende titel: “Das Geheimnisvolle Leben am Wasser”.
Het was op woensdag 9 november dat 12 personen samenkwamen op de parkeerplaats bij De Moerputten om zo’n moerasgebied te verkennen.
Een gebied dat lang is verwaarloosd maar thans zich mag verheugen in een ruime belangstelling, mede door het prestigieuze herstel van de brug met genereuze steun van de EEG. Al heeft het lang geduurd, nu is het zover dat het gebied geheel ontsloten is met een voorziening, markeringen, informatietafels, een superlange vlonderbrug, stenen trapjes en toegangspaden.
Om 14.00 uur waren 12 personen samengekomen zoals gezegd om het gebied in te gaan. Na de begroeting loodste ik ze naar een dichtbij zijnde plas. Deze was geheel begroeid met krabbescheer, een plant met zwaardachtige getande bladen.

Dicht opeen en zo voor verlanding zorgend. Na dit gezien te hebben gingen we via het talud de voormalige spoordijk op (ook wel halve zoollijntje genaamd). Dit vanwege het vervoer van leren zolen naar de schoenfabriek in Waalwijk. Het was die dag geheel tegen de verwachting uitermate zacht weer en zelfs de zon kwam door en op de dijk geen zuchtje wind. De dijk was aan beide zijden omgeven door laag struikgewas met opkomende Amerikaanse vogelkers, brem, hier en daar een zomereik en verder met plantjes als vergeet-mij-nietje, glad walstro en grasmuur. Waar weinig gras stond zag je fraai haarmos en ruig haarmos. Gerard Sluyter van de Vogel- en Natuurwacht wees ons de plek waar doornappel stond. Een uitgebloeide plant en nu met zeer stekelige vruchten.


Hierna gingen we de 600 meter vernieuwde brug betreden met mooie uitzichten met in de verte de kerk van Vlijmen. In het water veel drijvende wortelstokken van de witte waterlelie. Je kon dat ook beneden aan de brug via een royale vlonder van dichtbij bewonderen. De steunberen van de brug waren grondig schoongemaakt, laat onverlet dat mijn broer een fraaie toef van de eikvaren spotte op de flank van een steunbeer. Er werden door mij onmiddellijk foto’s gemaakt. Op het mogelijk voorkomen van deze varen had ik de groep al gewezen. Na de brug volgde er een heel lange wandeling alsmaar rechtdoor. Ik maakte tempo. Er volgde nog meer. Na enige kilometers gingen we links een stenen trap af. Hier stond nog een veeldoornige distel, uitbundig in bloei. We kwamen in een landbouwgebied , met links de zoom van moeras en rietland. Het riet met mooie rietpluimen, wie let er op? Jammer dat de zangvogels naar het zuiden waren. Wel zagen we een torenvalk en een buizerd. Verderop liepen we langs percelen met overwegend grote pimpernel (de waardplant van het pimpernelblauwtje).

Deze plant is hier met succes heringevoerd. Zo naderden we de vlonderbrug. Hier was het extra mooi met veel waterplanten. Veel mos en ook korstmossen. Na dit schoons bereikten we de parkeerplaats vermoeid maar voldaan. Erg moe zo later bleek, maar velen de ogen geopend.

Resultaten:
Planten in bloei
Moerasvergeet-mij-nietje, Bosvergeet-mij-nietje, Wilde peen, Gewoon torkruid
Driedelig tandzaad, Grote teunisbloem, Grasmuur, Scherpe boterbloem, Egelsboterbloem
Veeldoornige distel, Moerasspirea, Robertskruid, Braam

Planten niet in bloei
Doornappel, Waterviolier, Papegaaiekruid, Krabbescheer, Wilgenroosje, Wederik
Harig wilgenroosje, Kale jonker, Speerdistel, Hop
Mossen
Gewoon dikkopmos, Gewoon klauwtjesmos, Recht palmpjesmos, Hartbladig puntmos, Gerimpeld boogsterrenmos, Rondbladig sterrenmos, Fraai haarmos, Ruig haarmos,
Gewone haarmuts

Paddenstoelen
Gewoon zwavelkopje, Glimmerinktzwam, Grote stinkzwam, Vliegenzwam, Vlieswaaierzwam, Gele plakkaatzwam, Eekhoorntjesbrood, Nevelzwam (in heksenkring)
Houtzwam

Vogels gezien
Torenvalk, Buizerd, Kraai, Merel, Ganzen

Vogels gehoord
Ganzen, Roodborst, Buizerd, Koolmees, Merel

Bomen
Wilgen, zomereik, Amerikaanse vogelkers, Zwarte els.

Diverse korstmossen op boomstam/takken

B. CREMERS.


Reeds gehouden wandelingen:

26 mei 2011 : Oisterwijkse bossen en vennen
7 oktober 2010 : Lunetten Vught
29 april 2010 : Bossche Broek
11 november 2009    : Herfstwandeling in de Wamberg
27 mei 2009 : voorjaarswandeling in Oisterwijk
Donderdag 22 mei 2008 : Bossche Broek, bijeenkomst Hekellaan                                                          
Zaterdag 24 mei 2008        : Heemtuin ’s-Hertogenbosch,
Woensdag 8 oktober 2008  : Wandeling door landgoed De Pettelaar
Woensdag 22 oktober 2008 : Wandeling op landgoed Maurik te Vught

Verslag van de excursie van Gilde ’s-Hertogenbosch e.o. op 26 mei in de Oisterwijkse bossen en vennen, onder leiding van natuurgids Bob Cremers.

Met z’n drieën, Maria van het Gilde (met camera), de veelzijdig geïnteresseerde Harrie - tevens uitmuntend chauffeur - en natuurgids Bob, vertrokken we vanuit Den Bosch naar het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten te Oisterwijk. Na als een snuffellibel wat te hebben ‘rondgesnuffeld’, gingen we van start: langer wachten op deelnemers had geen nut: de opgegeven persberichten waren ditmaal helaas niet geplaatst in de huis-aan-huisbladen.

Gewapend met fototoestel, flora en kaart leek er niets mis te gaan, alleen het weer was soms dreigend. De gekozen route zou ons blijkens de kaart langs tal van vennen voeren. Ik noem er enkele: Brouwkuip, Diaconieven, Kolkven,Voorste en Achterste Goorven. Goorven betekent hier moeras.
De vennen vertoonden grote verschillen in omvang en vegetatie. Elk ven had zo zijn eigen charme: vennen met rijk begroeide eilandjes, vennen met een omvangrijke veenmosvegetatie, waarvan ik vier soorten meenam voor thuisonderzoek. Een mossoort op een boomstronk was het bossig gaffeltandmos.
Het grootste ven is het Kolkven met rustig dobberende kuifeenden, een ven met fraaie pollen veenpluis. Twee vennen toonden elk een rode lijstsoort, respectievelijk moerashertshooi en waterdrieblad.
Het weer bleef wisselvallig, met veel wind, donkere luchten, maar ook zonneschijn, waarbij schoon Oisterwijk nog meer tot zijn recht kwam. En hoe vaak zullen de Oisterwijkse bossen en vennen in dit opzicht bezongen zijn, want ondanks de recreatiedruk in het weekend en hoog zomer is het een natuurgebied van grote waarde.
Maar nu was het rustig, slechts een enkele passant. Goed om ook de vogels te kunnen horen, zoals fitis, koolmees, e.a. De grote bonte specht kregen we te zien met zijn kli-kli-kli en golvende vlucht, sowieso opvallend. De route bleef afwisselend: de waterkant met waterwilg en gagel; de boskant met loof- en naaldhout en veel struiken: vuilboom, vlier, lijsterbes e.a. Ook veel bloeiende braamstruiken en een plek met veel dalkruid. Overheersend echter waren de bosbessen. Kom je weken later dan zullen ze geplukt zijn door de wandelaars of de vogels.
Met de 10 à 12 km die we voor de boeg hadden, was het goed af en toe een bankje te benutten, ze staan er voor. Zo ook tijdens de lunchpauze.
Boshuis Venkraai werd ook niet gemeden. We bleven actief, ook met het opzoeken in de flora van geziene planten. Bij het naderen van het eindpunt werd nog in het ven ‘de Brouwkuip’ in groten getale het waterdrieblad gezien, dat al eerder verwacht werd. De bloeiwijze ontbrak helaas nog en die loont juist de moeite.
Een ree kruiste nog ons pad, een leuk slot! We bereikten de parkeerplaats en reden huiswaarts, nog gezellig babbelend, zoals dat ook was tijdens de wandeling.

Bob Cremers

Verslag herfstwandeling Lunetten in Vught van 7 oktober 2010

Vanaf de parkeerplaats Vughtse Heide gingen we na een welkom het recreatiegebied in wat wel te zien was aan het slikkerige bodemprofiel. Na dit omzeild te hebben, kom je wel op historisch terrein. Hier vond eertijds de slag van Lekkerbeetje plaats, ook te merken aan het tegenoverliggende monument dat daar gewag van maakt.

Maar wij kwamen samen met vredigere bedoelingen. We liepen recht op een waterpartij af, genaamd en deel uitmakend van de uit meerdere waters bestaande ’Lunetten’. Met steeds het zicht hierop liepen we deels door loofbos; hier en daar verstrooid wat grove dennen, hulst, Amerikaanse eik en soms een aantal verspreid aanwezige robuuste beuken. Wie er oog voor had, kon hier naar hartelust foto’s maken. Gelukkig konden we in dit opzicht weer op Maria rekenen. Zelf liep ik steeds aan kop met achter me de 15 enthousiaste deelnemers, die lieten blijken dat ze dit gebied wel konden waarderen. Niet verwonderlijk, want heette dit gebied niet eertijds Eldorado, ik bedoel maar … Het voorop lopen had vooral als doel paddestoelen te spotten met de ogen ook van de deelnemers en dat had resultaat. Als eerste doemde de berkenzwam op die we wat later nog mooier zagen. Het is een halfparasiet die de boom uiteindelijk velt. De her en der verspreid liggende half vergane takken zaten vol plakkaatzwammen, ook wel met mycena’s. We liepen niet altijd op de verhoogde oeverrand maar doken soms een greppel in of een zijpad. Niet verkeerd: we troffen nu spekzwoerdzwam witte kluifzwam en een aantal roestvlekkenzwammen. Dan keerden we weer naar de hoge oeverrand, gingen naar de waterrand en ontdekten ook wat planten, bijvoorbeeld het waternavel, het driedelig tandzaad met zaden voorzien van weerhaakjes, eigenlijk naaldjes die in je kleding steken. Aan de overkant van het water was het nog mooier. Hier zag je een gordel van de gagelstruik met een heerlijke kruidachtige geur als je erbij in de buurt komt.
Haast ongemerkt hadden we zo een rondje Lunetten gelopen. We kozen nu wat andere paden en keerden om in de richting van een heidevlakte .Hier nog struikheide in bloei, op open plekken volop zandhaarmos. Het fraaihaarmos was echter dominant aanwezig. Met nog één blik (inclusief een fotografische) op de onvermijdelijk aanwezige vliegenzwam - zelfs in twee hoedanigheden - eindigde de excursie naar ieders tevredenheid en ging ieder zijns weegs.

Bob Cremers.

Wat we zagen:
Aardappelbovist, krulzoom, witte kluifzwam, zwavelkop, plakkaatzwam, heksenboter, kastanjeboleet, roestvlekkenzwam, gele russula, russula spec., fopzwam, beukwortelzwam, biefstukzwam, spekzwoerdzwam, eikebladzwam, helmmycena, vliegenzwam.

Verslag van de Bossche Broek-excursie van Gilde ’s-Hertogenbosch e.o. op donderdag 29 april 2010

Op deze zonnige donderdag gingen we met vijf personen van start. In de aankondiging van deze excursie in de Bossche Omroep was aangegeven dat het Bossche Broek een metamorfose had ondergaan. Langdurig is er in opdracht van de Gemeente en Staatsbosbeheer gewerkt aan een geheel nieuw padenstelsel. We zouden deze paden gaan betreden. Echter eerst werd bij aanvang gekeken naar de rijkelijk in bloei staande gele bloemen van herik, een soort verwant aan het meer algemene koolzaad, dat als akkergewas soms massaal verbouwd wordt. Uit deze plant is lijnzaadolie te winnen, waarvan men koeken maakt voor het vee. Het zijn kruisbloemigen. Verder was er het look zonder look, een plant met een wat uiachtige geur. Wat lager stond al het moerasvergeet-mij-nietje in bloei. Als je dat plantje goed bekijkt, zijn zowel de stengel als de blaadjes sterk behaard. Daardoor behoren de vergeet-mij-nietjes tot de familie van de ruwbladigen, waarvan vooral ossetong en slangekruid fors behaard zijn (beide niet aanwezig in het  Bossche Broek).Na dit gezien te hebben, gingen we rechtsaf een breed aangelegd zandpad op, om vervolgens na 50 meter linksaf te slaan over een houten vlonder, om aldus een lang kaarsrecht pad te betreden: geheel nieuw! Dit pad ging geleidelijk over in een hypermodern aangelegd , op enig niveau gelegen pad over tal van aaneengesloten ijzeren roosters, onnatuurlijk misschien maar wel gemakkelijk. Je loopt nu immers in het Bossche Broek met een royaal overzicht, goed voor het waarnemen van vogels, hoewel dit deze dag wat minder was. We zagen alleen een groep kauwtjes, alleseters die gemakkelijk aan de kost komen. Een laag overvliegende blauwe reiger, in een wilgebosje een vrouwtjes rietgors, waarvan het mannetje een zwarte kop heeft en daardoor goed opvalt. Natuurlijk ontbraken ook niet de Canadese ganzen, al moesten we het slechts met twee exemplaren doen, terwijl er nota bene wel honderd kunnen voorkomen met wat geluk. Zoals ik al zei was het heerlijk weer - veel zon - en een zacht briesje zorgde voor wat verkoeling. Zo naderden we een draaihekje dat toegang gaf tot de rand van een groot perceel pal langs een slootrand. Tijd om eens op planten te letten, sommige al in bloei. Dotterbloem, grasmuur, en pinksterbloem die veel kleur gaf aan de weilanden en op wat ruderale stukjes grond veelal hondsdraf mooi in bloei! En de paarse dovenetel, de witte hadden we al in het begin gespot.
Via het weiland kwamen we op een pad dat omgord was met allerlei bomen en struiken, zomaar midden in het Bossche Broek. Men noemt dergelijke relatief kleine maar opvallende biotopen, zoals ook de uitgegraven kikkerpoelen, met een mooie naam kleine landschapselementen. De moeite waard. Het gold ook voor de solitair staande volop bloeiende kersenbomen, goed voor de foto en terecht een stukje Betuwe in het Bossche Broek. Ik kon het inmiddels enthousiaste groepje wijzen op tal van planten die nu nog alleen in het blad stonden, maar spoedig in bloei zouden staan.
Het betrof poelruit, penningkruid, grote klis.
Er werd ook nog naar mos gekeken. Opvallend veel puntmos, een soort die inderdaad uitloopt op een punt. Een veenmosje werd door mij meegenomen, voor thuisonderzoek. Het bleek het rood viltmos te zijn, waarbij het rood vilt onder aan de stengel te zien is. Natuurlijk sloegen we het perceel niet over, met wollegras of veenpluis. Het is een plas-drasgebied, dat ook wateraardbei oplevert, een rode lijst-soort. We hadden nu - al uitwaaierend over het gebied - heel wat gezien en kozen voor een kortere terugweg. We hoorden daarbij nog een koekoek. We lieten de Dommeldijk links liggen. Ieder nam voldaan afscheid. Van Maria van het Gilde nam ik op een terras op de Parade, omringd door kastanjebomen, afscheid van deze eerste excursiedag, in de hoop dat de landgoedexcursie in Oisterwijk op 12 mei meer deelnemers zou doen samenkomen.
Bob Cremers

Herfstwandeling in de Wamberg van woensdag 11 november 2009
De excursie werd gekenmerkt door een grote opkomst van 25 personen, die de aankondiging van de herfstwandeling hadden gelezen in de huis-aan-huisbladen of gezien op de site van Gilde ’s-Hertogenbosch. Van het Gilde was Maria aanwezig met camera, wat niet overbodig bleek. Om precies twee uur wandelden we via de oprijlaan richting kasteel: langs de kant een heksenkring van nevelzwammen. Veel variatie in vorm, soms glad, dan weer half ingedeukt. De bodem was overal bedekt met een flinke bladlaag, zodat kleine paddenstoelen niet gauw waren op te sporen. Er werd dus vooral gekeken naar boomstronken. We zagen (en leerden eventueel) dat althans in dit landgoed vooral de doolhofzwam en de witte bultzwam veel aanwezig waren. Maar daar bleef het niet bij: ook zwavelkopjes en stobbezwammetjes waren aanwezig. Heel spectaculair was de vondst van drie mooie soorten op een meer dan één meter brede boomstronk, namelijk hoorntje, oranje dropzwam en keigaaf de paarse knoopzwam. De groep werd enthousiast en hun inbreng met goed kijken  (daar gaat het om wil je interessante organismen tegenkomen) werd beloond, vooral door het spotten van de paarlstuifzwam, die echt parelt, en bij rijpheid miljoenen sporen vrijlaat.
Er waren ook prachtsoorten te zien die de gids niet op naam kon brengen, maar ze droegen wel bij aan de schoonheid en de totaalsfeer. Dat gold natuurlijk ook voor het landgoed zelf, met mooie vijverpartijen en de kleurschakeringen van de hier vooral aanwezige loofhoutbomen: esdoorn, eik, robinia, rode beuk, plataan en tamme kastanje. Een brede oeverrand langs de vijver werd gemarkeerd door de uitgebloeide naar decoratieve schermbloem van de bereklauw. Ook aandacht voor enige overgebleven (of was het nabloei?) moeras-vergeet-mij-nietjes. Mossoorten waren vrijwel alle verdwenen onder een groot bladerdek. Een leuk smal pad, meer een soort ringdijkje, werd daarom gemeden. Daar was de groep veel te groot voor om het geweld aan te doen, want dit paadje staat vol met het landelijk zeldzamer wordende kussentjesmos en ook andere soorten, met name het veenmos.
In de greppels, of zo u wilt drooggevallen sloten, volop de koningsvaren, waarvan de sporen boven in de top van de plant zitten. Bij de meeste varens tref je de sporen aan de onderkant van de blaadjes. In de bosrand nog de knolparasolzwam gezien en in het grasland enige uit de kluiten gewassen grote parasolzwammen die volop werden gefotografeerd. Na het op enige afstand bekijken van de cedrus atlantica glauca pendula werd in rustig tempo naar de uitgang gewandeld en dankte ik de belangstellenden voor hun opkomst, alsmede het Gilde voor haar inbreng.
Bob Cremers

Wat we zagen:
paddenstoelen: doolhofzwam, witte bultzwam, paarse knoopzwam, paarlstuifzwam, oranje dropzwam, hoorntje, schorsbreker, honingzwam, schelpjeszwam, knolparasolzwam, grote parasolzwam, boleet, schubbige bundelzwam, eikhaas (beschadigd), eikebladzwam, tonderzwam, mycena, platte tonderzwam, paarse korstzwam;
varens: brede stekelvaren, koningsvaren;
vogels: koolmees, boomklever (gehoord).


Voorjaarswandeling Oisterwijk

Gilde ’s-Hertogenbosch heeft op woensdag 27 mei j.l. een voorjaarswandeling in Oisterwijk georganiseerd met medewerking van een natuurgids.
In dit jaargetijde ruikt de gagel heerlijk en staan de waterlelie en het zeldzame waterdrieblad in bloei.
De excursie was ook geschikt voor rolstoelgangers met hun begeleider.
De wandeling startte om 14.30 uur en duurde ongeveer 2 uur. Samenkomst was op de parkeerplaats van het Bezoekerscentrum van Natuurmonumenten in Oisterwijk, Van Tienhovenlaan.
Deelname aan deze wandeling was gratis.


Opstartexcursie tuin-natuurclub donderdag 22 mei 2008 – Het Bossche Broek

Een klein groepje, waaronder Maria v.d. Burgt en Nelly Eggenhuizen namens het Gilde, begon aan de wandeling door het Bossche Broek. We volgden deels de route die de VVV heeft uitgezet. Je loopt dan op of onder langs de Dommeldijk.
Onder was een breed pad met een ruime blik over allerlei in bloei staande grassoorten: Frans raaigras, witbol, vossenstaart, kruipertje, rietgras: het kon niet op. Nog een tijd staan ze zo op z’n mooist, totdat alle zaad er uitgevallen is, goed voor weer een nieuwe grasoogst en voor de zaadetende vogels, die onverzadigbaar lijken.

In de berm veel planten: knoopkruid, echte kamille, schijfkamille, echt walstro; kleefkruid.
Opvallend was de Kaukasische berenklauw met veel lieveheersbeestjes. De percelen gras vertoonden veel variatie: grasland geschikt voor enkele koeien, maar veelal percelen niet geschikt voor koeien vanwege pitrus, boterbloem en ridderzuring of met kale jonker, een distelsoort. De dan weer hogere, dan weer lager gelegen weilanden, zorgden aldus voor veel afwisseling. Langbladige ereprijs was nog niet te zien, maar een hele rand grote ratelaar maakte veel goed, ook de wateraardbei zagen sommigen voor het eerst.

Via de toegang dwars door een weiland naderden we het gedeelte van Staatsbosbeheer; hier meer plasdrasgebied, droge gedeeltes maar ook gedeeltes waar je natte voeten kon halen. Het wollegras of veenpluis zag wit. ‘Al waren het minivelden katoen’, zoals een passant het noemde.

Aan vogels waren het vooral Canadese ganzen die van zich lieten horen, als ze boven ons overvlogen. Uit het hoge gras verscheen een mannetjesfazant en ook de rietgors liet zich zien. We zagen naast de scherpe boterbloem ook nog de egelsboterbloem in droog gevallen sloten, en de blaartrekkende boterbloem, een echte oeverplant. Je zag ook gele lis en in de Dommel de waterlelie. De nachtschadeachtige bitterzoet werd ook opgemerkt.

Ten slotte gidste de excursieleider de groep nog naar de diverse zegges en de fotogenieke veeldoornige distel. Dat gold ook voor de poelruit, aan het begin of zoals je wilt aan het eind van de route. Gelukkig was het weer goed en was het gras, dat vooral nu nog dominant was, niet voor onze voeten weggemaaid.

Bob Cremers


Excursie van Gilde ‘s-Hertogenbosch e.o. van woensdag 8 oktober 2008

Wandeling door landgoed De Pettelaar

Het voorbereidend werk van het Gilde-secretariaat miste zijn uitwerking niet: 21 mensen hadden zich verzameld nabij restaurant De Pettelaar. Een nog grotere groep zou niet te behappen zijn. Na begroeting volgde iedereen volgzaam de wat lange aanlooproute, die i.v.m. wegwerkzaamheden over een noodbrug voerde. Aldus bereikten we de statige ingang. We wandelden in de eveneens lange beukenlaan, rechts van ons wat parklandschapachtig particulier bezit met enige mooie platanen en links grasland met veel populierenaanplant. De omvangrijke beukenbomen doen sommigen denken aan een kathedraal, de bomen vormen met wat fantasie pilaren. Zo bereikten we een woning, de enige in het bos. Het is een voormalige boerderij met daartegenover een veld met verspreide notenbomen. Deze bomen zijn erg grillig, het levert een mooi plaatje op, het doet Vincent van Gogh-achtig aan. Met een geleend mesje sneed ik een takje overdwars door. Dan komt er een mooi kenmerk vrij, namelijk de notenboom heeft geladderd bladmerg. Aan het eind van het pad staan we voor een bouwland met koolgewassen. Vóór ons in de berm wijs ik op het voorkomen van kroontjeskruid. Het is een wolfsmelkachtige, die bij kneuzing inderdaad melk vertoont. De plant is familie van de ons meer bekende kerstroos.

We gaan nu linksaf en nemen de tweede weg rechts. Links van ons ligt een wei waarin paarden zijn ingeschaard. Het pad ligt bezaaid met het blad van Amerikaanse eik. Ook veel zaailingen, ook wel opslag genoemd in bosbouwtermen. Op sommige plaatsen in het land worden deze takken gebruikt door bloemisten om ze als decoratie bij chrysanten te voegen.

We lopen verder langs naaldbos met door houtkap veel open plekken, goed  voor de vorming van mostapijten en opkomend loofhout. Het landschap wordt er mooier door. We naderen nu een zijweg die is opgenomen in de VVV-wandelroute, je ziet het aan de geel-witte strepen op de boom. We lopen de zijweg in en kijken over het weidse Dommeldal tot aan Sint-Michielsgestel. Terug naar het hoofdpad, er doemt een ruime heuvel op: Patersberg genoemd. De berg is afgeschermd met boomstronken, zodat crossfietsers er niet over kunnen. Op de berg is het een eldorado van allerlei mossoorten en eikvarens, alsmede op de stronken prachtige bundels paddestoelen. Wij gaan langs de berg lopen en ontzien de hoogte. Nu lopen we terug en nemen de witte esdoornlaan, met zijn mooie gepunte bladvorm. Deze lopen we helemaal uit en ontdekken allerlei hoogteverschillen in het bos, wat steeds een ander plaatje oplevert. Dan vindt de kopgroep het welletjes en loopt sneller door op weg naar de auto’s. De overige, meer enthousiaste natuurliefhebbers blijven de gids volgen om zo rond half vijf terug te zijn. Blijkens de reacties had deze herfstwandeling velen goed gedaan. We hebben veel geleerd, zeiden sommigen nog. Dus voor elk wat wils! Daar het vooral een herfstwandeling was, werd vooral gekeken naar paddestoelen. Onderstaand een lijst van wat we zagen.

Bob Cremers

Berkenzwam, schubbige bundelzwam, geweizwam, russula n.n., heksenboter, grote stinkzwam, bosparasolzwam, aardappelbovist, spekzwoerdzwam, gezoneerd elfenbankje, doolhofzwam, mycena, witte bultzwam, kleverige koraalzwam, bruine tonderzwam, prachtvlamhoed, beukwortelzwam, plakkaatzwam, vogelnestzwam, zwavelkopjes, steenrode zwavelkop, trilzwam, schelpjeszwam, gele korstzwam, dennemoorder, tolzwam, krulzoom, glimmerinktzwam, kale inktzwam, porseleinzwam, eikebladzwam, marasmius, fopzwam, melksteelmycena, bundelstobbezwam.


Verslag herfstwandeling 22 oktober 2008 op het landgoed Maurick te Vught

Een select gezelschap van drie personen verzamelde zich voor het kasteel. Om iets over tweeën ving de wandeling aan door het landgoed dat al zeer oud is. Je ziet het aan de reusachtige beukenbomen, die zowel de brede paden als open plekken markeren. Hun zuilvormige stammen doen aan een kathedraal denken. De bodem bevatte al een dikke bladlaag, het leverde een scala van kleuren op. Wel was het zo dat kleine paddestoelen daardoor aan het oog onttrokken waren, maar de gids (die de wandeling al tweemaal had voorbereid) kon het gezelschap toch attenderen op boomstronken en vergaard hout. Immers, dat zou deze middag veel soorten opleveren. Waren de paddestoelen, de grotere soorten, dan nog te overzien, anders was dat met genoemde boomstronken, die onophoudelijk opdoemden.
Op de bodem troffen we vooral nevelzwammen, zwavelkopjes, russula’s en eikebladzwam aan. Intussen genoten we ook van de vele doorkijkjes in het bos, dat zijn die plaatsen waar eerder veel hout is gekapt. Hier vind je hele mostapijten en hele oppervlaktes varens. Hier en daar zorgde een taxus voor nog meer variatie. Op boomstronken troffen we de navolgende soorten aan: porseleinzwam, gele korstzwam, geweizwam, blauw knoopzwam, honingzwam, heel kleine mycena’s, reuzenzwam en schubbige bundelzwam.
Zo naderden we - na al deze soorten overvloedig gezien te hebben - de oprijlaan. Bij het huis van dr. Janssen, oud-arts in Vught, hielden we even een stop. Op een muurtje, of liever gezegd tegen de muur van een aflopend terras, was een keur van tongvarens te zien plus steenbreekvarens, beide beschermde soorten.
Als ‘toetje’ kregen we nog een buitengewoon interessante rondleiding in de kasteeltuin van Maurick door de heer J. Ruytenburg, die al 30 jaar het beheer voert en ons veel wist te vertellen. Ter afsluiting werd er buiten een kop koffie gedronken. In de herberg was geen plaats meer … Men vond dat de excursie meer deelname had verdiend, misschien in de toekomst!?

Bob Cremers

Naar het begin van de pagina

Verslag van De Moerputten
Excursie van woensdag 9 november 2011

De geheimzinnigheid van een uitgestrekt moerasgebied heeft altijd tot de verbeelding gesproken. Destijds verscheen er al eens een fotoboek van een Tsjech. Vertaald in het Duits met de aansprekende titel: “Das Geheimnisvolle Leben am Wasser”.
Het was op woensdag 9 november dat 12 personen samenkwamen op de parkeerplaats bij De Moerputten om zo’n moerasgebied te verkennen.
Een gebied dat lang is verwaarloosd maar thans zich mag verheugen in een ruime belangstelling, mede door het prestigieuze herstel van de brug met genereuze steun van de EEG. Al heeft het lang geduurd, nu is het zover dat het gebied geheel ontsloten is met een voorziening, markeringen, informatietafels, een superlange vlonderbrug, stenen trapjes en toegangspaden.
Om 14.00 uur waren 12 personen samengekomen zoals gezegd om het gebied in te gaan. Na de begroeting loodste ik ze naar een dichtbij zijnde plas. Deze was geheel begroeid met krabbescheer, een plant met zwaardachtige getande bladen.

Dicht opeen en zo voor verlanding zorgend. Na dit gezien te hebben gingen we via het talud de voormalige spoordijk op (ook wel halve zoollijntje genaamd). Dit vanwege het vervoer van leren zolen naar de schoenfabriek in Waalwijk. Het was die dag geheel tegen de verwachting uitermate zacht weer en zelfs de zon kwam door en op de dijk geen zuchtje wind. De dijk was aan beide zijden omgeven door laag struikgewas met opkomende Amerikaanse vogelkers, brem, hier en daar een zomereik en verder met plantjes als vergeet-mij-nietje, glad walstro en grasmuur. Waar weinig gras stond zag je fraai haarmos en ruig haarmos. Gerard Sluyter van de Vogel- en Natuurwacht wees ons de plek waar doornappel stond. Een uitgebloeide plant en nu met zeer stekelige vruchten.



Hierna gingen we de 600 meter vernieuwde brug betreden met mooie uitzichten met in de verte de kerk van Vlijmen. In het water veel drijvende wortelstokken van de witte waterlelie. Je kon dat ook beneden aan de brug via een royale vlonder van dichtbij bewonderen. De steunberen van de brug waren grondig schoongemaakt, laat onverlet dat mijn broer een fraaie toef van de eikvaren spotte op de flank van een steunbeer. Er werden door mij onmiddellijk foto’s gemaakt. Op het mogelijk voorkomen van deze varen had ik de groep al gewezen. Na de brug volgde er een heel lange wandeling alsmaar rechtdoor. Ik maakte tempo. Er volgde nog meer. Na enige kilometers gingen we links een stenen trap af. Hier stond nog een veeldoornige distel, uitbundig in bloei. We kwamen in een landbouwgebied , met links de zoom van moeras en rietland. Het riet met mooie rietpluimen, wie let er op? Jammer dat de zangvogels naar het zuiden waren. Wel zagen we een torenvalk en een buizerd. Verderop liepen we langs percelen met overwegend grote pimpernel (de waardplant van het pimpernelblauwtje).

Deze plant is hier met succes heringevoerd. Zo naderden we de vlonderbrug. Hier was het extra mooi met veel waterplanten. Veel mos en ook korstmossen. Na dit schoons bereikten we de parkeerplaats vermoeid maar voldaan. Erg moe zo later bleek, maar velen de ogen geopend.

Resultaten:
Planten in bloei
Moerasvergeet-mij-nietje, Bosvergeet-mij-nietje, Wilde peen, Gewoon torkruid
Driedelig tandzaad, Grote teunisbloem, Grasmuur, Scherpe boterbloem, Egelsboterbloem
Veeldoornige distel, Moerasspirea, Robertskruid, Braam

Planten niet in bloei
Doornappel, Waterviolier, Papegaaiekruid, Krabbescheer, Wilgenroosje, Wederik
Harig wilgenroosje, Kale jonker, Speerdistel, Hop
Mossen
Gewoon dikkopmos, Gewoon klauwtjesmos, Recht palmpjesmos, Hartbladig puntmos, Gerimpeld boogsterrenmos, Rondbladig sterrenmos, Fraai haarmos, Ruig haarmos,
Gewone haarmuts

Paddenstoelen
Gewoon zwavelkopje, Glimmerinktzwam, Grote stinkzwam, Vliegenzwam, Vlieswaaierzwam, Gele plakkaatzwam, Eekhoorntjesbrood, Nevelzwam (in heksenkring)
Houtzwam

Vogels gezien
Torenvalk, Buizerd, Kraai, Merel, Ganzen

Vogels gehoord
Ganzen, Roodborst, Buizerd, Koolmees, Merel

Bomen
Wilgen, zomereik, Amerikaanse vogelkers, Zwarte els.

Diverse korstmossen op boomstam/takken

B. CREMERS.